Energie Doorgerekend
Blog
Alle artikelen
Methode
26 juli 2026
10 min lezen

Hoe wij je dak doorrekenen: van 3D-model tot kostenopbouw

Geen zwarte doos. Welke open data we gebruiken, hoe we schaduw per paneel per uur berekenen, en hoe de installatieprijs is opgebouwd — post voor post, met de aannames erbij.

De meeste zonnecalculators werken zo: je vult je postcode in, kiest een aantal panelen, en er rolt een getal uit. Hoe dat getal tot stand komt, mag je raden. Wij vinden dat een probleem — want als je niet kunt zien waar een bedrag vandaan komt, kun je het ook niet controleren, en kun je er dus niet op vertrouwen.

Deze pagina legt uit wat er gebeurt tussen “ik typ mijn adres in” en “dit levert het op”. Elke stap, met de bronnen en de aannames erbij. Ook de dingen die we niet meenemen.

Stap 1 — je dak komt uit open data, niet uit een schatting

Je adres gaat eerst naar de PDOK Locatieserver, die er coördinaten van maakt. Met die coördinaten halen we je pand op uit 3DBAG: een landsdekkend 3D-model van alle Nederlandse gebouwen, gemaakt door de TU Delft en 3DGI uit de BAG-plattegronden en de landelijke hoogtemetingen.

We gebruiken het detailniveau LoD2.2. Dat betekent dat niet alleen de omtrek van je huis bekend is, maar ook de afzonderlijke dakvlakken: elk vlak met een eigen helling en een eigen windrichting. Een dwarskap, een aanbouw of een uitbouw zijn losse vlakken met eigen cijfers. We nemen het pand waar je adres letterlijk in ligt — bij twee-onder-een-kap voorkomt dat dat we het dak van de buren meerekenen.

Niet elk 3D-model is even goed — en dat zeggen we erbij

3DBAG levert per pand kwaliteitskenmerken mee: puntdichtheid van de laserscan, het percentage ontbrekende metingen, de afwijking van het model, en of het bouwjaar ná de laatste meting ligt. Wij vertalen die naar een klasse A, B of C. Bij C — bijvoorbeeld nieuwbouw die na de laatste scan is gebouwd, of een kas — zeggen we dat de uitkomsten een ruwe indicatie zijn en kun je met één klik overstappen op handmatige invoer. Liever een eerlijke waarschuwing dan een zelfverzekerd verkeerd getal.

Stap 2 — hoeveel panelen passen er écht op

Veel tools rekenen met dakoppervlak gedeeld door paneeloppervlak. Dat geeft altijd te veel panelen, want een dak is geen rechthoek en panelen zijn niet buigzaam. Wij leggen ze daarom echt neer: een raster over het dakvlak, geknipt op de werkelijke vorm, met de garantie dat geen paneel over een dakrand steekt.

Dat het paneelformaat er echt toe doet, bleek op ons testadres in Delft: met een generiek paneel van 1.722 mm passen er dertien, met een echte AIKO Neostar van 1.762 mm nog maar twaalf. Vier centimeter paneellengte kost een hele rij. Daarom rekenen we met de werkelijke afmetingen uit de datasheet van negentien paneelmodellen, en niet met een gemiddelde.

Stap 3 — hoeveel zon er op dat dak valt

De opbrengst komt van PVGIS, de rekendienst van het Joint Research Centre van de Europese Commissie, gevoed met satellietmetingen van bewolking en instraling. Per dakvlak geven we de echte helling en windrichting mee, plus het standaard systeemverlies van 14% voor kabels, omvormer en temperatuur.

Voor het verloop over de dag gebruiken we een typisch meteorologisch jaar: per maand kiest PVGIS een representatief jaar uit de meetreeks, zodat je niet toevallig een uitzonderlijk zonnige of sombere zomer als basis krijgt. Het jaartotaal blijft verankerd op het langjarige gemiddelde; het uurprofiel bepaalt alleen de vórm.

Stap 4 — schaduw, en waarom dat het lastigste stuk is

Schaduw pakken we op twee niveaus aan. Eerst de horizon: voor 36 windrichtingen bepalen we hoe hoog de omgeving reikt, gecombineerd uit de buurpanden in 3DBAG en het landelijke hoogtemodel AHN, dat op een halve meter nauwkeurig ook bomen en objecten meet. Dat profiel gaat mee naar PVGIS, dat er het hele jaar mee rekent.

Daarnaast rekenen we per paneel: voor de 21e van elke maand, elk half uur, bepalen we de stand van de zon en of de lijn naar de zon ergens door een buurpand, een boom of een schoorsteen wordt onderbroken. Voor diffuus licht — de helft van de Nederlandse jaaropbrengst — kijken we hoeveel hemel elk paneel nog ziet.

De fout die we onderweg maakten, en hoe we hem vonden

In de eerste versie trokken we de schaduw per paneel van het PVGIS-resultaat af. Dat gaf een verlies van bijna 35% waar 12% klopte — want de buurpanden zaten al ín het horizonprofiel dat PVGIS toepaste. We telden hetzelfde obstakel twee keer. De oplossing: het PVGIS-totaal blijft leidend, en de factoren per paneel herverdelen dat totaal alleen. Zo zie je nog steeds welk paneel het beste plekje heeft, zonder dat de som scheefloopt.

BronWaarvoorDetail
PDOK Locatieserveradres naar coördinatenlandelijk
3DBAG (TU Delft en 3DGI)dakvlakken, hellingen, buurpandenLoD2.2
AHN hoogtemodelbomen, schoorstenen, horizon0,5 m raster
PVGIS (JRC)instraling en uurprofielsatelliet, typisch jaar
Luchtfoto Beeldmateriaalondergrond in de 3D-weergave8 cm
Allemaal open data. 3DBAG en de luchtfoto’s zijn CC BY 4.0; de attributie staat in onze voettekst.
Stap 5 — wat het kost, post voor post

Hier zat tot voor kort onze zwakste plek. We rekenden met één getal: kilowattpiek maal €1,10. Panelen, omvormer, montage, kabelwerk, arbeid en steiger zaten allemaal in dat ene bedrag verstopt. Dat is niet alleen ondoorzichtig, het is ook van vorm verkeerd — een installatie heeft flinke vaste kosten, dus een klein systeem is per wattpiek duurder dan een groot.

Nu bouwen we de prijs op uit losse posten:

PostHoe we hem berekenen
Panelenaantal × prijs per paneel, uit de paneeldatabase
Omvormerstaffel op vermogen, 1-fase of 3-fase
Montagemateriaalper paneel; ballastframes op plat dak zijn duurder
Optimizersalleen voorgesteld bij gemeten schaduwverschillen
Elektra en kabelwerkvast deel plus werkschakelaar
Installatie-arbeidvast startbedrag plus een bedrag per paneel
Steiger of hoogwerkeraan of uit, afhankelijk van de bouwhoogte
Melding netbeheerder€0 — dat is gratis, in geen enkel tariefblad staat iets anders
Bedrijfskosten en margecirca 30%
Richtprijzen met bandbreedte en peildatum, geen offerte. Je kunt je eigen offertebedrag invullen; dan tonen we het verschil per post.

Die laatste post voelde ongemakkelijk om op te schrijven, maar zonder hem klopt het niet: de som van alleen materiaal en arbeid komt bij tien panelen op ongeveer €3.170 uit, terwijl installateurs €3.800 tot €4.900 rekenen. Een model dat de marge weglaat, stelt zonnepanelen ruwweg 25% te goedkoop voor — precies de spiegelbeeldfout van wat we aan het repareren waren.

Wat de oude aanname van €1,10/Wp echt deed

Aan de randen ging het flink mis. Bij vier panelen was die vlakke aanname €678 te goedkoop, bij vierentwintig panelen €3.406 te duur. Groot genoeg om de rangorde tussen scenario’s te laten kantelen — dus precies de vergelijking waar je de tool voor gebruikt. Ter controle: bij tien panelen komt het nieuwe model op €0,95/Wp, binnen de band van €0,94–0,98 die de Consumentenbond voor een schuin dak noemt.

Wat we bewust níét doen

Een model dat alles claimt te weten, liegt. Dit zit er niet in, en dat is een keuze:

  1. Strings en bypass-diodes. Hoe panelen elektrisch geschakeld zijn, bepaalt hoe hard één beschaduwd paneel de rest meetrekt. Dat weten we niet zonder installatietekening, dus we doen alsof panelen los presteren — en zeggen erbij dat dat een vereenvoudiging is.
  2. Temperatuurcoëfficiënt per merk. PVGIS verwerkt temperatuurverlies al in dat systeemverlies van 14%. Er nog een merkgebonden correctie overheen leggen zou dubbeltellen; dubbeltellen is erger dan negeren.
  3. Onderhoud en schoonmaak. Nog niet in de terugverdientijd verwerkt.
  4. Subsidies. Er is geen landelijke regeling voor woning-PV; gemeentelijke potjes wisselen te snel om betrouwbaar in te bouwen.

Wat er wél in zit en bij vrijwel geen enkele andere rekentool: paneeldegradatie over de hele looptijd, gewogen met de vermogensgarantie van het gekozen model, en de vervanging van de omvormer.

Waar het alsnog kan afwijken
Kijk zelf wat er op jouw dak past

Vul je adres in en zie je eigen dak in 3D, met de schaduw van de buurt, het aantal panelen dat er echt op past en de kostenopbouw eronder.

Bekijk je dak
Veelgestelde vragen
Moet ik meetgegevens uploaden om mijn dak te bekijken?

Nee. Voor de dakanalyse is je adres genoeg. Upload je wél je meetdata, dan rekenen we ook je zelfverbruik en de gevolgen van het einde van de saldering met je eigen cijfers door.

Waarom duurt de eerste berekening even?

Bij een vers adres halen we het 3D-model, het hoogtemodel en de instralingsdata live op. Dat kost een halve minuut. Daarna staat het in de cache en gaat het vrijwel meteen.

Kan ik de aannames aanpassen?

Ja. Paneelprijs, paneelmodel, randmarge, obstakels en het aantal panelen per dakvlak zijn allemaal aanpasbaar, en je kunt je eigen offertebedrag invullen.

Rekenen jullie met of zonder saldering?

Allebei — je kunt tussen beide standen wisselen. Vanaf 1 januari 2027 is de stand zonder saldering de realistische, zie wat je dan nog krijgt voor teruglevering.

Bronnen