Netto terugleververgoeding 2027: waarom 50% wettelijk minimum tóch een kwart cent is
De wet garandeert minstens 50% van het kale leveringstarief, en toch houden veel huishoudens ongeveer een kwart cent per kWh over. Zo zit het verschil tussen bruto en netto — met de tarieven per leverancier.
Twee uitspraken die allebei kloppen en elkaar lijken tegen te spreken. De overheid: je krijgt vanaf 2027 minimaal 50% van het kale leveringstarief voor je teruggeleverde stroom. Voorlichters en journalisten: je houdt er ongeveer een halve cent per kilowattuur aan over.
Er zit geen fout in één van beide. Ze gaan over verschillende getallen — en het verschil daartussen is precies wat je moet begrijpen om je energiecontract te kiezen.
Bruto: wat de wet garandeert
Per 1 januari 2027 vervalt de salderingsregeling. Daarvoor in de plaats komt het recht op een redelijke vergoeding voor alles wat je teruglevert, met een wettelijke ondergrens: minimaal de helft van het kale leveringstarief — de prijs van de stroom zelf, zonder energiebelasting, btw en netbeheerkosten. Die ondergrens geldt tot 1 januari 2030; daarna mogen leveranciers het zelf bepalen.
Belangrijk: die 50% gaat over het kale tarief. Betaal je dertig cent per kilowattuur, dan bestaat daarvan maar een deel uit de stroom zelf; de rest is belasting en netbeheer. De ondergrens rekent alleen over dat eerste deel — vandaar dat brutovergoedingen rond de vijf tot tien cent uitkomen en niet rond de vijftien.
Netto: wat je overhoudt
En dan komt de tweede post. Vrijwel elke leverancier rekent terugleverkosten: een bedrag dat je betaalt omdat je teruglevert. De vergoeding krijg je, de kosten betaal je, en wat overblijft is je netto opbrengst.
| Wat het is | Orde van grootte | |
|---|---|---|
| Bruto vergoeding | wettelijk minimaal 50% van het kale leveringstarief | enkele centen per kWh |
| Terugleverkosten | wat je leverancier in rekening brengt voor teruglevering | vergelijkbare orde |
| Netto | wat je daadwerkelijk overhoudt | vaak een fractie van een cent |
Dat is de verklaring van de schijnbare tegenspraak. De 50%-ondergrens slaat op de bruto vergoeding. De terugleverkosten worden daar los van in rekening gebracht en zijn niet aan die ondergrens gebonden. Op basis van de tarieven die leveranciers voor 2027 bekend hebben gemaakt, blijft er netto vaak iets over in de orde van een kwart cent tot een paar cent per kilowattuur. Bij een aantal — vooral kleinere — leveranciers is het saldo zelfs negatief.
Die bedragen verschuiven bovendien nog. Leveranciers passen hun tarieven aan, en vergelijkers die dezelfde leverancier op een andere peildatum bekijken komen op andere uitkomsten. Kijk dus altijd naar de datum boven een tarieventabel, en naar je eigen contract.
Vergelijk op netto, niet op bruto
Een leverancier met de hoogste terugleververgoeding in de reclame kan onderaan de streep slechter zijn dan een leverancier die er bescheidener uitziet, simpelweg omdat de terugleverkosten hoger liggen. De enige zinnige vergelijking is: vergoeding min kosten, omgerekend naar wat jíj per jaar teruglevert. Reken het altijd door met je eigen aantal kilowatturen.
Wat dit in euro’s betekent
Levert een huishouden 2.500 kilowattuur per jaar terug en houdt het daar netto een kwart cent per kilowattuur aan over, dan is de jaaropbrengst van al die teruglevering ongeveer zes euro. Dat is geen rekenfout — dat is de nieuwe werkelijkheid.
Daarmee verschuift alles naar de andere kant van de rekensom: de stroom die je zelf gebruikt. Die bespaart je nog steeds de volle prijs. Zie wat het einde van de saldering jou precies kost.
Wat er de komende tijd verandert
- Meer transparantie. Toezichthouder ACM stuurt erop aan dat terugleverkosten per teruggeleverde kilowattuur worden uitgedrukt, zodat contracten onderling vergelijkbaar worden. Tot nu toe rekende iedere leverancier het anders — vaste bedragen per maand, staffels naar systeemgrootte, of een tarief per kWh.
- Op de factuur. Vanaf 2027 moeten leveranciers de terugleverkosten in een uniforme eenheid op de rekening zetten en in offertes toelichten.
- Geen negatieve vergoeding — maar met een belangrijke nuance. De wet verbiedt een negatieve terugleververgoeding, alleen wordt dat verbod beoordeeld als een gemiddelde over minstens een maand. Dat is bewust zo geregeld, zodat dynamische contracten in losse uren wél een negatieve prijs mogen rekenen — precies wat er gebeurt op zonnige, winderige middagen. Het verbod beschermt je dus tegen een structureel negatieve vergoeding, niet tegen een enkel duur uur. En het gaat over de vergoeding, niet over je saldo ná terugleverkosten.
Correctie: er is géén afbouwpad in stapjes
Meerdere sites publiceren nog een schema waarin de saldering geleidelijk zou worden afgebouwd — van 64% aflopend via 55%, 46%, 37% en 28% naar nul. Dat schema hoorde bij een ouder wetsvoorstel dat door de Eerste Kamer is verworpen. Het is dus nooit geldend recht geworden. De wet die het wél werd, kent geen afbouwpad: de saldering stopt op 1 januari 2027 in één keer. Kom je dat schema tegen, dan lees je verouderde informatie — en waarschijnlijk ook verouderde bedragen.
Wat je nu kunt doen
- Zoek je netto tarief op. Pak je contract erbij en zet de terugleververgoeding en de terugleverkosten naast elkaar. Alleen het verschil telt.
- Reken met jouw aantal kilowatturen. Een leverancier die per kWh rekent pakt anders uit dan één met een vast maandbedrag, afhankelijk van hoeveel je teruglevert.
- Kijk of je zelfverbruik omhoog kan. Dat is inmiddels de knop die het meeste doet.
- Controleer de datum van elke bron. Tarieven en regels in dit dossier veranderen per kwartaal.
Wat betekent dit voor jouw huis?
Laad je meetdata in en zie met je eigen teruglevering, je eigen tarieven en de stand vanaf 2027 wat er overblijft.
Reken het uitVeelgestelde vragen
Wanneer stopt de salderingsregeling precies?
Op 1 januari 2027, in één keer. Er is geen afbouwpad in stapjes; dat voorstel is eerder verworpen.
Wat is het verschil tussen terugleverkosten en terugleververgoeding?
De vergoeding krijg je van je leverancier voor stroom die je teruglevert. De terugleverkosten betaal jij aan je leverancier omdat je teruglevert. Netto is het verschil tussen die twee.
Mag mijn leverancier de vergoeding op nul zetten?
Nee. Tot 1 januari 2030 geldt een wettelijke ondergrens van minimaal de helft van de kale stroomprijs. Daarna vervalt die ondergrens en bepalen leveranciers het zelf.
Verdwijnen de terugleverkosten na 2027?
Nee. Leveranciers mogen ze ook na het einde van de saldering blijven rekenen. Wat verandert, is dat ze duidelijker en uniformer op je factuur en in offertes moeten staan.
Kan teruglevering mij geld gaan kosten?
Bij sommige leveranciers zijn de terugleverkosten hoger dan de vergoeding, waardoor het saldo negatief is. Vergelijk daarom altijd op netto.
Helpt een thuisbatterij hiertegen?
Die verschuift overschot naar de avond, waardoor je minder teruglevert en meer zelf gebruikt. Of dat de investering waard is, verschilt sterk; zie panelen én batterij.